Historiek

Sarah en Jan Vanhaelen hebben de Sarahbeweging opgericht in 1988. Hun doel was: onmenselijke, schrijnende leef-therapie-behandel-omstandigheden in de psychiatrie kenbaar te maken in de samenleving. Seksueel misbruik bv. is veel erger dan misbruik in de kerk.

Sarah was gedurende opnames slachtoffer van geweld, mishandeling door personeel en seksueel misbruik door hooggeplaatste leidinggevende psychiater. Zij had een fysische aandoening, dystrofische spieratrofie, de ziekte van Südeck, maar werd als ‘zot’ behandeld.

Jan Vanhaelen schreef in 1992  het boek: ‘Sarah, ziek met südeck’. Later werd dit ‘ Waarom jij Sarah?’ en een Witboek

Sarah overleed in 1996 na een bijzonder zware lijdensweg. Zij had een fysische aandoening, dystrofische spieratrofie, de ziekte van Südeck.

Het logo werd ontworpen door kunstenaar Jozef A.M. Bossaert. De betekenis: man en vrouw geven het vuur door aan elkaar. Sarah komt van het Hebreeuws en betekent prinses.

2 x deden wij een Zwarte Mars in Brussel, ter herdenking van de vele slachtoffers in de psychiatrie.

Logo, door Jozef A.M. Bossaert

sarahbeweging

Tussen 2004 en 2007 organiseerden wij olv Sebastien de Fooz nachtwandelingen in Kluis-en Hallerbos.

Getuigenis Nachtwandeling:   Een lichtje op je pad

Het is 5uur  nacht als de wekker gaat. Vreselijk… Ik ben nog zo moe, ik heb geen zin; mijn hoofd is licht en mijn benen slap. Groot is de verleiding om deze nachtwandeling af te bellen. Maar ik weet dat ik er enkele uren later spijt van zou krijgen. Dus hijs ik me in mijn oude jeans, trek mijn wandelschoenen aan, neem een tas koffie en stap in de auto, richting Hallerbos. Het is nog nacht, kalm op de weg. In de verte lonkt het bos als een groot gapend zwart gat. De vermoeidheid is weg, maar ik word een beetje bang… Parkeer de auto. Even verderop staat een groepje schimmen me op te wachten. Ze knippen een zaklamp aan en ik waan me even in “the Blair witch project”. Niet aan denken nu.

Maar dan kijk ik naar boven en zie de prachtige sterrenhemel; duizenden en duizenden sterren fonkelen in het donkerte. Prachtig. Wat geeft dat een geruststellend gevoel!

En dan vertrekken we, één voor één, met een interval van anderhalve minuut, het donker tegemoet. Voorzien van een staf als steun en metgezel. Het valt me mee. Ik krijg het niet benauwd zoals ik vreesde. Blijven ademen, in-uit-in-uit. Blijven doorstappen; erop vertrouwen dat de onzichtbare weg begaanbaar blijft. Af en toe lijken er schimmen op te duiken tussen de bomen; vage donkergrijze massa’s die ik niet kan plaatsen. Niet nadenken nu, doorgaan en blijven ademen, in-uit-in-uit. Waar de weg splitst werd door onze voorganger telkens een theelichtje gezet, opdat we het pad zouden blijven volgen. Het is fantastisch om in de verte zo’n piepklein lichtje te zien schijnen. Geruststellend. Ik ben nog op de goede weg. Heuvel af, heuvel op, het sparrenbos door, zo mogelijk nog donkerder. Shit! Ik struikel over een boomstammetje. Net niet gevallen. En dan staat verderop een schimmig troepje. Gepraat, gelach. Daar is de rest. We verzamelen even. Even uitblazen en een meditatieve tekst inlassen.

Hoe lang heb ik al gestapt? Nauwelijks in te schatten, maar aan het iets oplichtende donker en de beter te onderscheiden contouren, veronderstel ik dat het ongeveer zeven uur moet zijn.

We gaan weer verder, met intervallen van anderhalve minuut. Het bos wordt wakker; het gefluit van die ene vogel breid zich langzaam maar zeker uit tot zijn andere vogelvriendjes. Als ik naar omhoog kijk merk ik dat de sterren verdwenen zijn. En de contouren worden steeds zichtbaarder. De grijze massa’s langs de paden blijken opgestapeld hout te zijn. Recht voor me wordt de hemel steeds lichter en lichter. Het moet nu zeker al half acht zijn.

Het donkerblauw is ingeruild voor een palet van lichtere kleuren. Aan het einde van het pad zie ik de anderen die al aangekomen zijn. Hé, ik zie eindelijk wie ze zijn. Ik bekijk mijn steun en metgezel van de afgelopen uren: mijn stok blijkt een bezemsteel te zijn, versierd met mijn naam en de tekst “wandelen van duister naar licht”.

Iedereen loopt nu naar het eindpunt. We zijn compleet; met twaalven. Een paar begeleiders halen een paar kratten uit de nabij geparkeerde wagens: ontbijt en koffie. De koffie en ontbijtkoeken smaken héérlijk ! Ik ben moe gewandeld en voel me energiek tegelijkertijd!

In de buurt van onze picknickplaats staat de oudste beuk van het Hallerbos. Sinds één of andere natuurvandaal de naam “Brigitte” in haar stem kerfde, wordt ze “Dikke Brigitte” genoemd. Het is een prachtige, ontzagwekkende boom. Ik ga ernaar toe en ontdek een plekje tussen haar wortels. Een nestje dat net ruim genoeg is voor mij. Ik vlij me ertussen, leun tegen haar stam en voel me ongelooflijk gekoesterd. 10/02/2008  C.D.